De aanzegplicht: zijn we er blij mee?

Berry Toirkens Berry Toirkens 8 oktober 2014 84

Nu de wet Werk en Zekerheid door Tweede en Eerste Kamer is geloodst, zal de arbeidsmarkt vanaf 1 januari 2015 aanzienlijk veranderen. Tot het zover is, praten we je bij over de veranderingen. Deze keer deel 1: de aanzegplicht.

De wet Werk en Zekerheid van het huidige kabinet VVD/PvdA is een drietrapsraket. Vanaf 1 januari 2015 wordt de rechtspositie van flexwerkers versterkt, vanaf juli 2015 wordt de WW aangepakt én het ontslagrecht voor werkgevers anders ingericht. De aanzegplicht wordt 1 januari van kracht. Of je gedetacheerd bent, zzp-er, payroller, uitzendkracht of u heeft een nul-urencontract, vanaf volgend jaar heb je meer zekerheid en sneller recht op een vast dienstverband. Althans, dat is de bedoeling. Want ook de ketenregeling wordt aangescherpt, waarbij je weliswaar nog steeds na 3 tijdelijke een vast dienstverband krijgt, maar veel eerder dan nu vaak het geval is.

Minimaal een maand van tevoren aanzeggen

Van rechtswege beëindigen zal veel mensen bekend in de oren klinken. Een contract van een half jaar, misschien iets langer en maar hopen dat het wordt verlengd. De werkgever hoeft niks van tevoren aan te kondigen en voor hij het weet, staat de werknemer weer buiten. Berry Toirkens, arbeidsrechtjurist bij het Juridisch Platform heeft ook wel eens meegemaakt dat een werkgever de einddatum van het contract vergat en de medewerker met succes de voortzetting van het dienstverband claimde.

Om beide voorbeelden te voorkomen is er dus de aanzegplicht, die de werkgever verplicht minimaal een maand van te voren (schriftelijk) te informeren over verlengen of niet.

Uitzonderingen op de aanzegplicht

De aanzegplicht geldt niet voor elk tijdelijk dienstverband. Zoals voor arbeidsovereenkomsten korter dan 6 maanden, zelfs niet als het de tweede of derde overeenkomst korter dan 6 maanden op rij is. Evenmin is de aanzegplicht van toepassing bij tijdelijke contracten zonder harde einddatum, denk aan vervanging van een zieke werknemer of werken op projectbasis. Tot slot kan de aanzegplicht ook niet van stal worden gehaald bij een uitzendovereenkomst met uitzendbeding.

Wat als de aanzegging niet gebeurt?

De flexwerker krijgt een poot om op te staan. Een werkgever moet boeten als hij het nalaat om tijdig de werknemer in te lichten. Deze boete kan oplopen tot maximaal een bruto maandsalaris. Komt de aanzegging te laat, dan is de werkgever verplicht een vergoeding naar rato te betalen (1 week te laat, is 1 weekloon etc.). De werknemer moet binnen een termijn van twee maanden na het einde van het dienstverband een beroep doen op het naleven van de aanzegplicht.

Meer zekerheid voor de (flex)medewerker

Wordt met deze aanzegplicht het doel van het kabinet bereikt, namelijk meer zekerheid voor de flexmedewerker? Toirkens denkt van wel, hoewel hij een slag om de arm houdt. Bij het Juridisch Platform komt hij dagelijks gevallen tegen die zich niet zomaar langs de toets van de theorie laten leggen. Vandaar dat hij denkt dat het wel een tijdje duurt voordat de effecten aantoonbaar zijn. Bovendien vergt de aanzegplicht alertheid van de werknemer. Binnen 2 maanden na de einddatum moet deze de werkgever verzoeken om de vergoeding te betalen. Weigert de werkgever dit, dan moet de medewerker dit verzoek afdwingen bij de kantonrechter, nog altijd binnen die 2 maanden. Haast is dus geboden.

Andere artikelen over de wet Werk en Zekerheid

  1. De aanzegplicht: zijn we er blij mee?
  2. De ketenregeling: een wolf in schaapskleren
  3. Onder welk beding een concurrentiebeding?
  4. Wie profiteert er van uniform ontslagrecht?

Reacties