Wie profiteert er van een uniform ontslagrecht?

Erwin Crooy Erwin Crooy 11 december 2014 75

De wet Werk en Zekerheid van het huidige kabinet VVD/PvdA is een drietrapsraket. Nu de wet door Tweede en Eerste Kamer is geloodst, zal de arbeidsmarkt vanaf 1 januari 2015 aanzienlijk veranderen. Eerst wordt de rechtspositie van flexwerkers versterkt, halverwege 2015 volgen de WW en de herinrichting van het ontslagrecht. Tot het zover is, praten we je bij over de veranderingen. Deze keer deel 4: het ontslagrecht.

Verplichte T-splitsing

Wanneer een werkgever iemand wil ontslaan, is dat vaak om bedrijfseconomische redenen, langdurige arbeidsongeschiktheid, disfunctioneren, verwijtbaar handelen of nalatigheid van de werknemer. In het huidige ontslagrecht mag een werkgever zelf beslissen welke weg hij voor het ontslag bewandeld: of een ontslagvergunning via het UWV of een ontbinding van het contract via de kantonrechter. Werkgevers kiezen meestal de weg van het UWV omdat dan geen ontslagvergoeding hoeft worden te betaald, terwijl dat na tussenkomst van de kantonrechter vaak wel het geval is.

Vanaf 1 juli 2015 kan de werkgever niet zelf meer de route bepalen. Volgens de nieuwe wet Werk en Zekerheid wordt bij bedrijfseconomische redenen of arbeidsongeschiktheid het via UWV gespeeld, bij disfunctioneren wordt de kantonrechter ingeschakeld. Deze T-splitsing wordt verplicht. Bovendien is de werkgever nu verplicht om via beide routes een transitievergoeding te betalen.

Helder maar ook traag

Door deze verplichte splitsing wordt de route van een ontslag helderder dan nu het geval is, althans dat is de verwachting. Daarnaast hebben beide partijen het recht om in hoger beroep te gaan tegen de beslissing. Hoewel dat een prettig privilege is, wordt de kans vergroot dat de ontslagprocedure een slijtageslag wordt en degene met de langste adem (lees: het meeste geld voor een juridische strijd) wint. Uiteraard ben je bij het Juridisch Platform aan het juiste adres om dit gevecht te voeren, tegen beduidend lagere kosten dan met een advocaat, maar wenselijk is zo’n situatie allerminst.

Geen ruimte voor handjeklap

Door deze nieuwe striktheid worden bevoegdheden van rechters aan banden gelegd. Waar het voor een kantonrechter nu nog mogelijk is om te schipperen tussen de correctheid van het ontslagdossier en de hoogte van de ontslagvergoeding, moet hij of zij vanaf 1 juli 2015 strikt controleren of aan de ontslagvoorwaarden is voldaan en aan de hand daarvan het verzoek toe- of afwijzen. Nu is het dossier soms niet helemaal op orde, maar neemt de werknemer genoegen met beëindiging als beide partijen een hogere vergoeding overeenstemmen. Dat scheelt heel wat tijd, geld en frustratie.

Vaak niet aan de orde

Daar komt nog eens bij dat de meeste ontslagzaken a priori voor de kantonrechter noch het UWV komen, omdat de meeste zaken in een eerder stadium worden geschikt al dan niet door tussenkomst van onze arbeidsjuristen. Kortom, beide routes zijn alleen verplicht als de werknemer niet schriftelijk instemt met het ontslag. De praktijk moet natuurlijk nog uitwijzen welke gevolgen deze veranderingen hebben, maar vooralsnog lijkt de meer duidelijke koers iets voor de bühne en zal het van alle partijen meer tijd en inspanning vergen.

Andere artikelen over de wet Werk en Zekerheid

  1. Aanzegplicht: zijn we er blij mee?
  2. De ketenregeling: een wolf in schaapskleren
  3. Onder welk beding een concurrentiebeding?
  4. Een uniform ontslagrecht

Reacties